8 november 2015

bloeddonor


Zo op een dag, laten we zeggen een doodgewone maandag, kreeg ik een ingeving. Ik besloot dat ik iets goeds moest doen voor een ander. Misschien kwam het ook door de talloze acties van ‘Ja ik word donor’, of ‘nee ik word geen donor’. Maar het besluit was genomen. Ik werd bloeddonor.

Samen met mijn zus stapte ik een paar weken later het oude schoolgebouw in Barneveld binnen. De school waar ik als tiener mijn vakken volgde, meedeed met de laatste trends en mijn eerste jeugdliefde had. Het gebouw was nauwelijks veranderd. Het leek alleen een stukje kleiner. In de ronde aula – ook niets veranderd – stonden verschillende blauwe stoelen. Aan elke stoel zaten grote armleuningen waar ik verschillende armen op zag rusten. Armen die voorzien waren van een infuus. Het bloed liep door de roodgekleurde slangen naar de bloedzakken.

Nadat mijn zus en ik ons gemeld hadden bij een van de vrijwilligers, moesten we eerst door een keuring. Na de screening moesten er alleen nog vier(!) buisjes bloed worden afgenomen. Een beetje zenuwachtig zaten mijn zus en ik op een stoel. Ik zag een dikke naald in het vlees van mijn buurvrouw verdwijnen en vroeg me af waarom ik dit eigenlijk ook alweer wilde. Het koude met-alcohol-doordrenkte-watje maakte me weer alert. Kort daarna prikte de prikker dwars door mijn ader. Mijn arm werd direct blauw. “Ik probeer het even in je andere arm”, zei ze doodleuk. Ik besloot niet te kijken. Ze prikte wederom dwars door mijn ader heen. Ik trok wit weg en mevrouw de prikker adviseerde me om toch géén bloeddonor te worden. “Je hebt je aders zelf hard nodig als je ooit in het ziekenhuis komt te liggen.”

Een beetje flauw en giebelend van de zenuwen werden mijn zus – die inmiddels wel goed was geprikt – en ik door een andere vrijwilliger begeleid naar de koekjesafdeling. Daar stonden koffie, thee en héél veel koekjes. En we spraken we met andere ‘slachtoffers’. Het was zó gezellig! Dat kwam waarschijnlijk omdat de zenuwen inmiddels waren verdwenen. Uiteindelijk liepen zus en met tranen over onze wangen van het lachen, blauwe armen en een volle buik van de koekjes het schoolgebouw uit. Ik nam een nieuw besluit: bloeddonor zijn zit er voor mij niet in, maar ik ga de volgende keer wel weer mee. Al is het maar voor de gezelligheid.

Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook