dineren in het donker


Buurman en ik zijn in Amsterdam. En we gaan dineren in het donker. Bij binnenkomst worden we in een ruimte gezet. Tot zover niets geks, want we zien elkaar nog. Een slechtziend meisje komt naar ons toe en vraagt wat we willen drinken. Nadat ze ons drankje overhandigd heeft, legt ze uit wat we kunnen verwachten vanavond. Ik betrap mezelf erop dat ik gek begin te doen. Ik ga namelijk overdreven articuleren, terwijl het meisje een beetje in het wildeweg begint te praten. “Jullie worden straks in polonaise naar jullie tafel gebracht.” Ik: “OK-EE”. “In de ruimte is het helemaal donker. Als je naar het toilet wilt, dan roep je gewoon ‘ober’ of zijn naam.” Ik: “HE-LE-MAAL GOED.” Buurman kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan, omdat ik zo overdreven reageer. Voor mijn gevoel hoort ze me dan beter en is het vriendelijker als ik zo reageer.

Na de uitleg worden Buurman en ik – inderdaad in polonaise – naar onze tafel gebracht. Giebelend probeer ik de omgeving te verkennen. Voor mijn gevoel zit ik achterstevoren aan tafel. Onze amuse wordt gebracht door de blinde ober en het feest kan beginnen. Want waar begin je?

We ruiken aan de amuse en prikken met onze vork in de lucht. Na een poosje stuntelen hebben we onze amuse op. De ober komt eraan en zet het voorgerecht voor ons. Weer beginnen we netjes met mes en vork te eten, maar we zitten al snel met onze vingers in de tonijn, tomaten en aardappelpuree te prikken. Het is een hele kluif om het eten fatsoenlijk naar binnen te werken, maar we genieten ook van deze nieuwe ervaring.

Zodra ik een of andere substantie proef die ik niet lekker vind, gooi ik dat giebelend bij Buurman op zijn bord. Dat heeft hij toch niet door in het donker. Opeens word ik opgeschikt van de ober die zo uit het niets naast me staat. Of alles lekker is. Ik antwoord dat het heerlijk is. De ober overvalt me. Hij neemt namelijk mijn bord mee, terwijl ik nog niet klaar ben met eten. Maarja, dat kan hij natuurlijk niet zien.

Alle obers die in dit restaurant werken zijn blind. In de verte (maar misschien heel dichtbij, maar dat kan ik niet zien) hoor ik dat twee blinde obers met elkaar in gesprek zijn. “Denk jij dat het laat wordt vanavond?” vraagt de ene ober aan de andere. Die vervolgens antwoordt: “Ik denk niet dat het laat wordt. Ach, ja we ‘zien’ wel.” Zelfspot hebben de mannen in ieder geval.

De avond loopt ten einde. We genieten van het toetje, knetterijs en iets met chocolade. Buurman en ik zijn eruit: we zijn een ervaring rijker. En misschien wel de grootste opsteker van de avond is dat Buurman in het donker tegen me zegt: “Wat zie je er mooi uit vanavond.” Proestend lopen we in polonaise de donkere ruimte uit.

Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook

Één reactie op “Column: Dineren in het donker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *