14 november 2014

zwak voor mannen


Naast me in de apotheek staat een knappe jongen. Ik schat hem een jaar of 28. Hij wendt zich tot de apothekersassistent. “Mijn vriendin is zwanger en ze is heel erg misselijk. Kan ze iets krijgen tegen de misselijkheid.” Mijn. hart. smelt. Ik vind dat zo aandoenlijk. En ik denk meteen. Dat vriendinnetje boft maar met zo’n kerel. Ik kan er niets aan doen, maar ik heb een zwak voor mannen. Vooral als ze huilen, heel oud zijn, of lelijk of een rugzak dragen. Maar dat niet alleen… 

Laatst zat ik in de trein. Het kippenlijntje tussen Amersfoort en Barneveld-Noord. In Barneveld-Noord aangekomen, stapte ik uit de trein. Ik liep naar mijn fiets toen ik plotseling een kreet hoorde achter me. Van een man. Een heel lief, oud mannetje viel, omdat de afstap tussen de trein en het perron te groot was. Ik kan daar niet tegen. Ik begin bijna te huilen en sta te verstijft om überhaupt te kunnen helpen. Pas als ik weet dat het goed gaat met meneer stap ik op mijn fiets.

Toen ik een keer van mijn appartement naar het dorp liep, zag ik een auto nogal gek geparkeerd staan. En ja, hoor. Een lief mannetje had zijn auto geparkeerd. Jawel, op de vluchtheuvel. Verward om hem heen kijkend belde hij de wegenwacht. Zijn hele auto aan snot. Het liefst zou ik zo’n man dan even vast willen pakken en iets liefs in zijn oor zeggen. Maar wat zeg je in zo’n situatie tegen iemand? “Gaat het?” of “Kan ik wat doen voor u? Niet dat ik heel handig ben hoor…” Dus ik houd bijna altijd mijn mond en vertrek pas als ik weet dat het goed gaat. Nadat ik mijn boodschappen had gedaan, zag ik het mannetje nog staan. En ik had het lef om toch even te vragen hoe het met hem ging. “Ik ben wel erg geschrokken.” Ja, meneer dat zijn nou net niet de woorden die ik op dit moment wil horen. De tranen schieten spontaan in mijn ogen.

Ik heb het ook als een man alleen in een restaurant zit te eten. Ik zou het liefst aanschuiven en vragen hoe het met hem gaat. Of hij een leuke dag heeft gehad. Wat zijn hobby’s zijn en wat zijn lievelingskleur is. Maar ik durf het niet. Hetzelfde heb ik als jonge vaders met hun kindje voorop in het dorp fietsen. Ik smelt.

Ik weet het. Het klinkt misschien gek. Maar die mannen doen iets met me. Ik vind ze zo zielig. Waarschijnlijk zijn ze hartstikke gelukkig en stel ik me gewoon aan. Wacht er thuis een lieve vrouw met een pan boerenkool. En hond Bob kwispelt al met zijn staart als het baasje weer thuis komt. Maar het voelt zo kwetsbaar. Alsof die lieve mannetjes alleen zijn.

Oke. Ik snap dat je het je afvraagt. Hoe het zit bij vrouwen? Tja, als zij alleen in een restaurant zitten, dan denk ik: “Waarschijnlijk ben je een trut en willen je vriendinnen hun tijd echt niet verspillen om met jou in een restaurant te zitten. En als zij vallen? “Ja, sorry mevrouw. Je moet wel uit je doppen blijven kijken.”

Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook

10 reacties op “Column: Zwak voor mannen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *