2 augustus 2014

barbecuen


Zodra de eerste zonnestralen doorbreken is het weer zover. We gaan massaal barbecueën. Maar barbecueën is niet leuk! Er is er namelijk altijd één de lul. Die staat de hele avond – gewapend met spatel en vork – de hamburgers en vies uitziende worstjes (je weet welke in bedoel) om te draaien. En diegene heeft dus zelf geen tijd om te eten. Als de eters hun buik vol hebben mag de kok uiteindelijk de laatste restjes opeten. Of het is zelfs zo erg dat ‘chef-barbecue’ van armoede een frikandel uit de vriezer moet halen. Want de andere gasten hebben natuurlijk de pepersteaks en biefstukjes al heerlijk verorberd.

Ik moet eerlijk zeggen, ik ben niet zo goed in barbecueën. Toen ik – inderdaad bij de eerste zonnestralen – mijn vriendinnen uitnodigde voor een gezellig avondje rondom het vleesrooster begon het al goed. Ik heb namelijk geen barbecue. En dat is toch wel essentieel bij barbecueën. Afijn. Een van de dames had bij de Action een mini-exemplaar op de kop getikt. Zo’n eentje met echte kolen. Dus met barbecue, kolen en aanmaakblokjes: kon het feest beginnen. De grootste uitdaging was om de barbecue aan te krijgen. En dat lukte niet met één aanmaakblokje. Nadat het vuur drie keer uitwaaide, legden we de complete doos met aanmaakblokjes op de barbecue. En daar ging ‘ie hoor. Zo de fik erin. Toen de kolen lekker heet aan het worden waren, haalde ik het stokbrood uit de oven. Want barbecueën zonder stokbrood kan niet. Zonder zelfgemaakte kruidenboter ook niet trouwens. En elke, echt elke keer als ik ga barbecueën neem ik mezelf voor om me niet vol te eten aan stokbrood. Als ik erover nadenk is dat eigenlijk nog een grotere uitdaging dan de barbecue brandend houden.

Al happend van mijn stokbrood, legde ik de eerste stukken vlees op de barbecue. En dat mislukt bijna altijd, omdat ik het vlees niet óp het rooster leg, maar tússen het rooster. En het is onmogelijk om het vlees er weer tussenuit te krijgen. Heerlijk hoor, roet in je eten.

De volgende poging ging beter. Hadden we mooi even de tijd om bij te kletsen onder het genot van een wijntje. Ja, en dan mis je ‘m, die lul. Want die had het vlees in de gaten moeten houden. Maar de lul was er niet, want als je met vrouwen gaan barbecueën, dan gaat echt niemand achter dat rokende ding staan: niemand wil de lul zijn. Dus ook de tweede ronde mislukte.

Zo zie je maar. Barbecueën is niet voor iedereen weggelegd. Ben ik toch blij dat ik nog een stokbroodje in de oven heb gedaan. Eet smakelijk en geniet van de zomer! En nog een zomerse tip van mij: vergeet die lul niet uit te nodigen. Kun je toch nog genieten van het malse stukje vlees (of het stokbrood).

Bron foto

 

Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *